Jaren geleden startten we ons gamebedrijf, Coded Illusions. De ambitie was groot. We gingen iets bouwen dat de wereld nog niet had gezien.
En dus bouwden we onze eigen engine.
De trots van 25 frames per seconde
Ik herinner me nog precies hoe het voelde toen er eindelijk een lampje knipperde op het scherm en we een framerate van 25 FPS haalden. We juichten. We waren er trots op. Het voelde als echte vooruitgang.
Maar kijk terug: we waren al maanden bezig. En we hadden nog geen game. Geen niveau, geen personage, geen gameplay. Alleen een engine die net begon te ademen.
We waren zo druk met het bouwen van de motor, dat we vergaten waar het eigenlijk om ging: de game.
De vraag die alles veranderde
De eyeopener kwam tijdens de Game Developers Conference in San Francisco. Ik liep Mark Rein tegen het lijf — Vice President van Epic Games, het bedrijf achter Fortnite en de Unreal Engine.
Hij stelde één vraag:
Pieter, waarom gebruik je onze Unreal Engine niet gewoon? Betaal me achteraf een fee en begin vandaag nog met je game.
Dat moment veranderde alles.
Niet omdat het technisch zo'n slimme oplossing was. Maar omdat het me dwong om een keuze te maken: wat willen we eigenlijk bouwen? Een engine, of een game?
Het antwoord was duidelijk. We stopten met bouwen aan de motor en begonnen eindelijk met bouwen aan de game.
Wat er daarna gebeurde
De energie in het team veranderde direct. Er was richting. Er was samenhang. Er was beweging naar iets wat er écht toe deed.
Maar niet iedereen ging mee.
Onze lead engineer haalde zijn energie uit het bouwen van de engine zelf. De technische uitdaging, de puzzels, de architectuur — dat was zijn passie. Niet de game. Toen we de switch maakten, verloren we hem. Hij vertrok.
Dat deed pijn. Maar het was ook een les: als de richting verandert, verandert soms ook het team. En dat hoort erbij.
Hetzelfde patroon, twintig jaar later
Ik zie dit nu bij organisaties die met AI bezig zijn.
Ze bouwen proofs of concept. Ze experimenteren met tools. Ze investeren in technische infrastructuur en data-architectuur. Ze hebben werkgroepen, stuurgroepen, AI-labs.
Maar ze creëren geen echte businesswaarde.
Niet omdat AI nog niet ver genoeg is. Niet omdat ze de verkeerde mensen hebben. Maar omdat ze blijven bouwen aan de engine.
AI is geen technologieprobleem
AI is een keuzeprobleem.
De moed om te kiezen voor snelheid boven perfectie. Voor impact boven controle. Voor het benutten van bestaande kracht in plaats van alles zelf bouwen.
De tools liggen er. De mogelijkheden zijn er. De Unreal Engines van deze tijd — of het nu Claude, GPT, of Copilot is — zijn beschikbaar, betaalbaar en krachtig genoeg om vandaag mee te beginnen.
De vraag is niet: is de technologie klaar?
De vraag is: ben jij klaar om te kiezen?
De game ligt al klaar
Elke organisatie die ik spreek heeft ergens een duidelijk probleem dat AI kan verlichten. Een proces dat te veel tijd kost. Een team dat verzuipt in repetitief werk. Een klantervaring die beter kan.
Dat is de game. Die ligt al klaar.
Stop met bouwen aan de engine. Begin met spelen.